Fragment Afdaling

Daar ben je. Op het balkon van het hotel. Je zit, je staat, je gaat naar binnen, komt weer naar buiten. De nacht om je heen is geboren, maar Hypnos heeft jou nog niet in zijn macht. Het is zwoel. Verdwenen is de zon, maar niet de warmte. Aan de hemel staat het sterrenbeeld Cassiopeia, jij hebt er geen oog voor, ofschoon zij in haar vorm doet denken aan het profiel van een bergetappe.
Slechts een boxershort bedekt jouw ranke, pezige lijf. Je bent een wielrenner, jouw lichaam draagt een wielertenue van wit vel. Je benen zijn gespierd, maar jouw bovenlijf is wat men noemt een kippenborst. Geen grammetje vet te veel zit er aan jouw lijf – bijzonder dat een dergelijk lichaampje de krachtsinspanningen kan leveren die nodig zijn om zo hard mogelijk over hoge bergen heen te rijden. Door de opengeschoven balkondeur is te zien dat op de grond wielerkleding ligt. Een koersbroek, sokken, shirts; verder een bidon en handschoentjes waarvan de vingertoppen als door een ongeluk met een snijmachine uit de wereld zijn verdwenen.

Volgende fragment