Een opmerkelijk bericht uit de Tour de la Guadeloupe: twee Nederlandse renners die door pech achterop waren geraakt, verstopten zich achter auto’s op het circuit en sloten een ronde later weer aan bij het peloton. De wedstrijdjury had hen in de gaten, er waren zelfs beelden van, waarna de valsspelers gediskwalificeerd werden.
Opmerkelijk, want deze twee jongens, vermoedelijk twintigers, verkeren kennelijk in de veronderstelling dat men in Afrika nog niet over smartphones beschikt. Hun beelden gaan ondertussen viraal, net als hun namen. Tel uit je winst.
Als je de beelden hebt gezien, is er nog iets opmerkelijks aan hun actie. Zij sluiten namelijk niet aan als het peloton is gepasseerd – dan hadden zij een korte achtervolging op touw kunnen zetten en de andere renners kunnen laten geloven dat zij hun achterstand hadden goedgemaakt. Nee, zij komen tevoorschijn terwijl het peloton passeert. Een groot deel van hun collega’s kon dus in alle openheid zien dat zij vanachter geparkeerde auto’s vandaan kwamen. Dat is geen naïeve slechtheid meer, dat is misplaatste hooghartigheid. Zij nemen hun collega-renners niet serieus. Daarop had niet alleen diskwalificatie dienen te volgen, de heren hadden hun licentie moeten inleveren.
Oude boom
(vrij naar Rutger Kopland)
Alles kan ik verdragen,
het illegaal kappen van hout,
regenwouden met de grond
gelijkgemaakt, exoten in het duingebied
kan ik met droge ogen zien rooien,
daar ben ik werkelijk hard in.
Maar een oude boom op de hoek van de straat,
een kruis op zijn bast, ziek dus,
het einde nabij, nee.
Klap
Ik sprak iemand die mijn jongste boek, De Afdaling, met veel plezier had gelezen. Alleen de epiloog zat hem dwars. Had dat nou gemoeten? Dat was wel erg wrang, naar zijn smaak.
Het deed me denken aan een uitspraak van Willem Frederik Hermans: ‘Het ideaal van elke schrijver: de lezer meenemen in een boot en aan het eind van de reis hem een klap voor zijn kop geven.’
Baanwielrennen
Tim Krabbé schreef ooit over baanwielrennen: het is niets dan een ordinaire vergelijking van lichaamsfuncties. Ik was het roerend met hem eens, baanwielrennen kon mij niet bekoren. Dat was vóór Harrie Lavreysen.
Veel tactiek komt er niet bij kijken, maar wat een snelheid! Met 75 kilometer per uur over een baan vliegen, tart ieder voorstellingsvermogen. Niet voor niets beschikt Lavreysen over een paar machtige turbodijen.
Met Godfried Bomans verzucht ik: had ik maar één zo’n been.
De Matthäus
Gisteravond was ik in de Philharmonie in Haarlem, waar de Matthäus Passion werd uitgevoerd. Net als in de pre-coronajaren was het ook nu weer prachtig.
Vanaf mijn zitplaats had ik goed zicht op de man achter het kistorgel. Van alle musici moest hij het hardst werken. Vol overgave stortte hij zich in Bach’s vertolking van Jezus’ lijdensweg, op zijn gezicht verscheen geregeld een uitdrukking dat het hem speet dat het allemaal zo gelopen was.
Naast de organist was de evangelist bijzonder goed op dreef. Ook zonder kennis van het Duits kon je, door zijn expressie en mimiek, het verhaal volgen.
De Matthäus, vooral de finale (‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’) is het mooiste wat er ooit aan muziek is geschreven. In de woorden van wijlen mijn ome Ben: alles na Bach is tevergeefs geweest.