Oom Ben is dood. Op oudejaarsavond, vijf minuten voor twaalf, blies hij zijn laatste adem uit. Een prachtig moment, dat kon ook niet anders voor iemand met zo veel gevoel voor entourage als hij.
Ik ben niet alleen een oom verloren, maar ook een vriend. In onze briefwisseling en in onze gesprekken bestond er geen leeftijdsverschil; alleen in levenswijsheid kon je merken dat hij verder was dan ik. Verder, niet ouder.
Ging het over humor, cabaret, theater, dan zaten we soms te giechelen als een stel schooljongens. Daarnaast kon hij schitterend vertellen over voorvallen uit het verleden, die soms zo alledaags waren, dat ik mij bij het navertellen weleens afvroeg hoe het kwam dat ik er zelf zo door geboeid was. De gave van het woord, flux de paroles, was een kostbaar bezit van hem. Mooie zinnetjes maken; hij was het, die mij aan het schrijven heeft gezet. Iemand even optillen met woorden, gesproken of geschreven – dat is zijn onstoffelijke nalatenschap die ik mij worstelend probeer eigen te maken.
Categorie archieven: Algemeen
Oom Ben
Oom Ben gaat dood. Een tweede longontsteking binnen een paar weken tijd houdt hem al ruim een week aan het bed gekluisterd. Hij eet en drinkt nauwelijks nog, de antibiotica slaat niet goed aan en zijn lichaam lijkt te zwak om er nog bovenop te komen.
Gisteren bezocht ik hem, niet eerder zat ik aan iemands sterfbed. Zijn wangen zijn ingevallen, zijn gebit heeft hij niet meer in. Hij lijkt op een gewond vogeltje, dat krachteloos probeert op te fladderen. Soms lijkt hij wat te willen zeggen, maar zijn stem produceert bijna geen geluid meer.
Er valt ook niets meer te zeggen, tranen hoeven niet te worden bedwongen, het is onverdraaglijk. Ik moet denken aan de slotregels van een gedicht van Jean-Pierre Rawie: Straks is hij weg en heeft hij nooit geweten / hoe machteloos ik hem heb liefgehad.
Woede
Ik sprak met een bevriende kunstenaar over een conflict dat hij jaren geleden had met de directeur van de kunstacademie waar hij les gaf. Dat liep zo hoog op, dat er een moment was waarop hij dacht: als ik wil kan ik hem met een stoel in elkaar slaan. Dat was tevens het moment dat hij wist dat er iets moest gebeuren, wilde hij geen rare dingen doen. Hij nam ontslag.
Woede kan ons op vreemde, primitieve gedachten brengen. W.F. Hermans schreef eens over iemand wiens bloed hij wel kon drinken: het liefst zou ik een revolver op hem leeg schieten. Bij mijn weten heeft Hermans nooit iemand vermoord.
Het is een geruststellende gedachte dat ook dit soort mensen deze gedachten hebben. Ik heb ze ook. Dat wij niemand overhoop schieten of in elkaar slaan, is een kwestie van beschaving.
Kerst
Als kind gingen wij geregeld naar de kerk, wij waren tenslotte katholiek. Later, in de puberteit, bleef het kerkbezoek beperkt tot de hoogtijdagen – de ontkerkelijking is ook aan ons niet voorbijgegaan.
Op kerstavond bezochten wij altijd de avondmis, waarna wij thuis een broodmaaltijd nuttigden. Kerstbrood, moscovische tulband, duivenkater, een pasteitje met ragout, hagelslag in een schaaltje met lepel, in plaats van uit het pak. Moeder had ‘mooi gedekt’, dat wil zeggen met een fijn, geweven tafelkleed waar rode linten in ruitvorm over waren getrokken, het zondagse serviesgoed en zilveren couverts. Zelfs de thee dronken we uit een kopje-met-schotel en niet uit de doordeweekse glazen. Het was elk jaar hetzelfde, een familietraditie zogezegd, waar pas een einde aan kwam toen wij op onszelf gingen wonen.
Een mooie tijd, die nooit meer terugkomt, maar er tóch was. En die zich met een zoet, melancholisch gevoel laat herinneren.
Ironie
De Teevendeal, de deal die toenmalig officier van justitie Fred Teeven in 2000 met drugscrimineel Cees H. sloot, hangt als een molensteen om de nek van de VVD. Er is een te hoog bedrag betaald, de belastingdienst moest worden misleid, minister Opstelten lichtte de kamer verkeerd in, gevolgd door een potsierlijke zoektocht naar een bonnetje, waarna zowel Teeven als Opstelten het politieke veld moest ruimen.
Nu de commissie Oosting geen spaan heel laat van de gang van zaken op het ministerie van Veiligheid en Justitie, heeft minister Van der Steur, Opsteltens opvolger, zijn excuses aangeboden – partijpolitiek vereist soms onbedoelde nederigheid.
Voor de VVD, dat zich zo graag presenteert als hoeder van wet en recht, is dit een pijnlijk dossier. Ik beschouw het als fijne ironie dat de partij, die ooit de slogan muntte ‘Meer straf en minder begrip voor criminelen’, zich gevangen weet door een overeenkomst met een drugsbaron.