Wielerdagboek

Zondag reed ik met twee maten een ronde door Noord-Holland. Eerder schreef ik over het voordeel van zuiging; dat effect deed zich nu twee keer zo vaak voor. Zodoende hadden we energie over om bij elk klimmetje, hoe onbeduidend ook, te sprinten om zogenaamde punten. Het was dollen natuurlijk, wij waren net een stel uitgelaten schooljongens.
Langs de boorden van het IJsselmeer ging onze tocht, waar de warme lucht stil boven het water trilde. Het was adembenemend mooi, de wisselende decors waarlangs wij koersten. Maar na tweeëneenhalf uur had ik geen benen meer om mij te mengen in de strijd om de punten.