Herlezen

Weinig lezers begrijpen het belang van herlezen. De eerste keer lees je het verhaal, de geoefende lezer zal een mooie zin opvallen, en dat is het dan. Terwijl een goede roman veel meer te bieden heeft; de diepere lagen, herhalingen, spiegelingen, omkeringen; compositie, dialogen, – in een museum met topstukken bent u ook niet in een middagje uitgekeken.
Zelf herlas ik onlangs voor de tiende keer De aanslag, van Mulisch. In een voor het verhaal minder belangrijke passage las ik een zin die mij deed schaterlachen. Waarom die negen keer eerder niet? Omdat er zoveel te zien is, dat sommige zaken je pas de tiende keer opvallen. Pas na herlezing kom je erachter hoe goed een boek werkelijk is.

Voor alle lezers

Ik schrijf voor alle lezers. Het is vervolgens aan het talent van de lezer hoe diep die graaft. Zij die aan de oppervlakte blijven, zullen er net zo goed van kunnen genieten als de gravers, de delvers van de diepgelegen ertsen.
Het probleem dat zich hierdoor voordoet is, dat iedereen meent mijn boeken volledig te begrijpen. Terwijl buiten mij niemand weet hoe diep het verhaal werkelijk gaat. Is dat erg? Welnee. Nooit zullen lezers een boek helemaal doorgronden. Ik geloof dat, in het geval van een goed boek, dat zelfs voor de schrijver geldt.

Op locatie

Onlangs bezocht ik de streek waar mijn derde boek zich gedeeltelijk afspeelt. Op de kaart had ik een dorp uitgezocht, waarvan ik vermoedde dat het de plek was; eenmaal ter plaatse klopte het niet. Het was te groot en ook de toegangswegen naar het dorp kwamen niet overeen met mijn beschrijving. Natuurlijk had ik het in mijn verhaal kunnen aanpassen, maar dan begrijpt u niet hoe het schrijven van een roman in zijn werk gaat – je kunt alles wel opschrijven.
Daarna bezochten we een aantal andere dorpen in de buurt en warempel, daar was het: een huis, iets buiten de dorpsgrens gelegen, een weg met populieren, een monumentale kerk.
Een goede roman kan niet anders dan waargebeurd zijn.

Kaf en kaas

Een gevolg van het schrijfproces is dat gedachten en ideeën passeren die niet bruikbaar zijn. Dat wil zeggen binnen het verhaal waar je aan schrijft, binnen een ander verhaal kunnen zij wel dienst doen.
Tot op heden beschouwde ik de onbruikbare ideeën als kaf; het koren vermaalde ik tot meel voor het bakken van een brood – ik heb altijd gedacht dat je als schrijver maar één boek tegelijk kunt schrijven. Maar wat nu als ik eens kaas maak? De wei en de wrongel zijn beiden te gebruiken, elk onbruikbaar idee kan het begin van een volgende boek zijn.
Een writer’s block: wat rest als het kaf is weggewaaid en het koren vermalen.