Op een verjaardag sprak ik een man, bijna tachtig, die ’s middags in de weer was geweest voor de protestantse vereniging. De man is altijd werkzaam geweest als accountant en stelt tegenwoordig zijn cijferkennis ter beschikking van God. Dat wil zeggen de kerk, maar indirect staat alles in dienst van de Grote Meester. Met zijn goede werken liep hij niet te koop, de man was van het signatuur dat zichzelf het liefst wegcijfert – accountant tenslotte.
Op zeker moment vroeg hij om een glas water; hij voelde zich onwel. Hij was gaan zitten en zag plots asgrauw; de verjaardag kreeg het nu in de gaten, vanaf dat moment was iedereen in rep en roer. En terwijl er om hem heen gebeld, geredderd en door elkaar heen gecommandeerd werd, hoorde ik hem mompelen: ‘Godverdomme.’
Nadat de ambulancebroeders hadden vastgesteld dat er waarschijnlijk sprake was geweest van een appelflauwte, voelde de man zich wat beter; de verjaardag haalde opgelucht adem.
Onderweg naar huis vroeg ik mij af: zou hij hebben gevloekt omdat hij zich, nu hij dacht dat het misging terwijl hij nog volop voor Hem in de weer was, in de steek gelaten hebben gevoeld? Of sterven we allemaal, gelovigen en ongelovigen, als atheïst?
Stilte
Gisteren was ik met een oom naar museum Kranenburgh in Bergen, naar de door wijlen Joost Zwagerman samengestelde tentoonstelling Silence out loud. Het thema is stilte. Er hangen werken van Dumas, Mulder, Henneman, Olaf, Tuymans, onderverdeeld in verschillende soorten stiltes. Aan Zwagermans keuze doe ik niets af, maar had men het thema en de titel geheim gehouden, dan had ik die na afloop niet geraden.
Stilte bestaat niet. Dat wil zeggen niet in beelden. Het dichtst bij de stilte kwamen de geschreven woorden van Zwagerman zelf: ‘Je bent al vastgenageld in het allerlaatste vacuümgezogen déja vu dat grijnzend naar het niets verwijst. Je leven trekt níet als een film voorbij. Nooit was je in of van die film. Altijd was je de afwezige afwezige.’
Zeg nou zelf, stilte is alleen in woorden uit te beelden.
Nieuw boek
Mijn tweede boek is drukklaar. De verschillende stadia die leiden tot het uiteindelijke fysieke product zijn doorlopen: schrijven, herschrijven, corrigeren, drukproeven controleren. De ware schrijver beleeft dit rijtje met afnemend plezier – het draait allemaal om het schrijven zelf, de rest is bijzaak. Noodzakelijk, maar bijzaak.
Het verhaal bestaat, maar nog niet in boekvorm. Frans Kellendonk zei het ooit zo: ‘Het manuscript, ‘een herinnering aan het geploeter’, kan worden weggeborgen. Het nieuwe, uiteindelijke lichaam laat nog een paar weken op zich wachten. Het boek is in de tussentijd zuiver ziel.’
Laat mij het zo zeggen: het boek is een verwachting; het is in aantocht, zijn komst kan worden aangekondigd. Het is een belofte die op inlossen staat.
Geloof
De schrijver is de lezer altijd een stap voor, in het verhaal, maar ook daarbuiten: mijn tweede boek is in voorbereiding, terwijl het schrijven van het derde boek al in volle gang is. Net zo goed als kledingontwerpers bezig zijn met de wintercollectie van volgend jaar; voor hen is de komende zomer al voorbij.
Het gat tussen de schrijver en de lezer is er altijd, ook als de schrijver is uitgeschreven. Je kunt als lezer alles van een schrijver hebben gelezen, maar dan begint het pas: herlezen. Met elke herlezing kom je een stap dichter bij de bedoelingen van de schrijver, zonder die ooit helemaal te kennen. Zo beleven gelovigen het geloof: wat de Grote Meester precies bedoelde te zeggen, zullen zij nooit weten.
Aforisme
Te zeggen ‘het is een cliché, maar wel waar’ is zelf een cliché.