Brief

Onlangs kreeg ik van iemand met wie ik heb samengewerkt een kopie van een brief, gedateerd 10 mei 1945. Een bijzondere datum: een paar dagen na het einde van de oorlog en op de dag af vijf jaar na het begin van de oorlog, in Nederland.
De inhoud was nog opmerkelijker: de auteur was een joodse man die mede namens zijn echtgenote het gezin wilde bedanken waar zij tijdelijk in onderduik hadden gezeten, als je het zo zeggen mag. Het joodse echtpaar was, zo valt in een mooi, regelmatig handschrift te lezen, zielsgelukkig dat het weer in vrijheid leefde. Dat was onder anderen te danken aan de geadresseerden, die zij uitputtend bedankten. De man schrijft dat hij hen binnenkort een geschenk toestuurt, en dat zij te allen tijde een beroep op hen kunnen doen.
Zo vlak na de oorlog, vermoedelijk berooid, bestolen, hun huis misschien wel gepulst, toch op zoek naar een tegenprestatie, in de wetenschap dat zij voor eeuwig in het krijt staan – ik vind dat zeldzaam ontroerend. Geredde zielen uit een tijd van ongehoorde moord en slachting, ik was er niet eerder zo dicht bij.