Vandaag heb ik voor het eerst sinds mensenheugenis samen gefietst. Het grote voordeel van het fietsen met anderen is dat je bij elkaar in het wiel kunt zitten en kunt profiteren van iets, dat je in je eentje niet hebt: zuiging. Het is opmerkelijk hoeveel verschil het uitmaakt of je op kop rijdt of in het wiel; aan kop van een peloton moeten renners soms volle bak koersen om snelheid te houden, terwijl anderen achterin het peloton rustig met elkaar pratend meepeddelen. Hetzelfde fenomeen maakt het mogelijk om op de zoutvlaktes in Utah achter een auto met een windscherm snelheden te ontwikkelen die u en ik in de auto op de Duitse Autobahn niet eens rijden.
Wat ook alleen met het rijden in groepsverband mogelijk is: sterven in het wiel, – zoals ik vanmorgen nog heb ervaren.