Wielerdagboek

Fietsend door het Noord-Hollandse landschap is van alles te zien. Vandeweek vloog een blauwe reiger naast mij op de wind, boven een polder die onder ons aan de dijk lag. In de verte dreef een luchtballon op de termiek van een warme najaarsdag. Vanmorgen zagen wij haviken, een buizerd, een biddende torenvalk. En wat hebben wij niet allemaal gemist?
Ook valt er iets te horen: een groep fietsers die ons in tegenovergestelde richting passeerde, het gezoem van de soepel sporende kettingen dat aanzwol en weer wegstierf; symfonie der zondagochtendfietsers. Met fietsen kom je ogen en oren te kort.

Wielerdagboek

Terug in Nederland reed ik weer in het mij vertrouwde Noord-Hollandse landschap. Ik merkte dat twee weken buitenland een hypotheek had gelegd op mijn energieniveau; ander eten, minder eten, het verkeerde eten. Na een uurtje, voornamelijk met wind mee, ging bij mij het licht langzaam uit; toen we langs de dijk bij Petten de wind vol tegen kregen, moest ik passen. Een korte pauze, met koffie, hielp mij over het dieptepunt heen, maar volle bak koersen was er niet meer bij.
Ongeveer 10 kilometer voor het einde werden wij geconfronteerd met de schrik van elke renner: een lekke band. Mijn wielermaat had geen afloper, maar een klapband: met een knal zo hard als een pistoolschot kwam 7 bar geperste lucht in één keer vrij.
Als ik dit rondje moet typeren is het dit: hij lek, ik leeg.

Wielerdagboek

Fietsen in het buitenland is anders dan in Nederland. Neem nu mij, neem mij nu. Ik zit in Duitsland, aan de Oostzee, in de Lübecker Bucht. Aan de kust zogezegd, maar vlak, zegt u? Vergeet het maar. Het gaat te ver om het heuvelachtig te noemen, maar het is vrijwel nergens vlak. Vals plat, de mooiste onder de wegdekbeschrijvingen, dus op en af; venijnige klimmetjes, golvend landschap. Een cadans vinden is lastig, het is voortdurend zoeken naar het juiste verzet.
Ik schreef het al in mijn nieuwste, nog te publiceren boek: als de wereld ergens plat is, is het in Nederland.

Wielerdagboek

Zondag reed ik met twee maten een ronde door Noord-Holland. Eerder schreef ik over het voordeel van zuiging; dat effect deed zich nu twee keer zo vaak voor. Zodoende hadden we energie over om bij elk klimmetje, hoe onbeduidend ook, te sprinten om zogenaamde punten. Het was dollen natuurlijk, wij waren net een stel uitgelaten schooljongens.
Langs de boorden van het IJsselmeer ging onze tocht, waar de warme lucht stil boven het water trilde. Het was adembenemend mooi, de wisselende decors waarlangs wij koersten. Maar na tweeëneenhalf uur had ik geen benen meer om mij te mengen in de strijd om de punten.

Wielerdagboek

De schoonheid van wielrennen – het is aan niet-renners niet uit te leggen. Je moet het hebben ondervonden, op welk niveau dan ook. Profs, amateurs, liefhebbers, recreanten; pas wanneer je hebt gefietst op de toppen van je kunnen, zul je een roman als De Renner begrijpen.
De schoonheid van wielrennen geldt vooraleerst de fiets zelf: een wonder van elegantie en techniek. De shifters die in de remgrepen zijn weggewerkt, en waarmee je met een enkele polsbeweging het verzet kunt aanpassen aan de omstandigheden. De ronde wielen, ertussen de driehoek gevormd door de balhoofdbuis, de zitbuis en de onderbuis; de omgekeerde driehoek waar het achterwiel in hangt. Wie dat niet ziet, gelieve dit wielerdagboek te sluiten.