Wielerdagboek

Om de leeftijd van iemand te duiden beschikt ons taalgebruik over de ‘van voor’-aanduiding; ‘hij is van voor de oorlog’, pleegt men over iemand van 80 jaar oud te zeggen.
Wat wielrennen betreft ben ik ‘van voor de helm’. Twintig jaar geleden zag je een enkele renner rijden met een helm op het hoofd, die dan als een aansteller werd beschouwd. Rijd je nu zónder helm, dan ben je niet goed bij je hoofd. De helm heeft de omgekeerde weg van de sigaret afgelegd, als men het zo zeggen mag.
Tijdens het rijden voelde het van meet af aan vertrouwd, ik voel hem zelfs helemaal niet, maar in de spiegeling van een etalageruit ziet het er nog steeds koddig uit: met de komst van de helm sterft de etalagerenner langzaam uit.

Wielerdagboek

Vandaag heb ik voor het eerst sinds mensenheugenis samen gefietst. Het grote voordeel van het fietsen met anderen is dat je bij elkaar in het wiel kunt zitten en kunt profiteren van iets, dat je in je eentje niet hebt: zuiging. Het is opmerkelijk hoeveel verschil het uitmaakt of je op kop rijdt of in het wiel; aan kop van een peloton moeten renners soms volle bak koersen om snelheid te houden, terwijl anderen achterin het peloton rustig met elkaar pratend meepeddelen. Hetzelfde fenomeen maakt het mogelijk om op de zoutvlaktes in Utah achter een auto met een windscherm snelheden te ontwikkelen die u en ik in de auto op de Duitse Autobahn niet eens rijden.
Wat ook alleen met het rijden in groepsverband mogelijk is: sterven in het wiel, – zoals ik vanmorgen nog heb ervaren.

Wielerdagboek

Inmiddels heb ik drie ritjes achter de rug en overal waar ik rijd datzelfde gevoel: niets is verdwenen. Wel fietste ik afgelopen zondag 1 uur en 20 minuten over een rondje waar ik twintig jaar geleden een uur over deed, maar dat kwam door de wind. Vroeger waaide het veel minder, dat is algemeen bekend. Hoewel, misschien ben ik de enige die dat vindt.
Vanmorgen waaide het minder – want ik ging harder – en ik merkte toen de vermoeidheid begon mee te spelen dat er een vleugje macht in mijn benen voelbaar was. Macht is: in staat zijn om snelheid te behouden, terwijl de omstandigheden zich tegen je keren. In de woorden van mijn ooit wielrennende oom: ‘Zo rijden we naar Moskou.’

Wielerdagboek

Gisteren na meer dan vijftien jaar weer een rondje gekoerst. Eerst onwennig; een nieuwe fiets moet leren luisteren naar zijn baas. Maar eenmaal langs het kanaal, op prachtig asfalt en in de warme avondzon, kwam het gevoel terug dat vijftien jaar lang diep in mij verborgen lag.
Ik had gekozen voor een rondje Schoorl, dat ik vroeger vaak reed. Bij Groet voert de route langs een weergaloos mooie weg de duinen in. Door de duinen wilde ik via Schoorl en Bergen naar Bergen aan Zee, maar ik wist niet zeker of ik na al die jaren de weg nog wist.
Alles was er nog. De bochten, de klimmetjes, het open stuk met de kromgegroeide boom, het klinkerpad, – dat vereeuwigde. Op de TomTom van mijn herinneringen vond ik feilloos mijn weg. Nooit ben ik gestopt als renner, ik heb alleen maar vijftien jaar stilgestaan.