Homo supervacuum

Steeds vaker kom ik tot het besef dat de mens bezig is zichzelf overbodig te maken. Ging het tot een paar decennia geleden nog om machines en apparaten die een bestaande handeling van de mens sneller konden verrichten, denk aan de wasmachine en het koffiezetapparaat, nu verschijnen er zaken en toepassingen waardoor de mens niets meer zelf hoeft te doen. Met de segway hoef je niet meer te lopen, met de elektrische fiets hoef je geen kracht meer te zetten. De cruise control, de tomtom, de parkassistance – nog even en de auto is autonoom. En de mens? De mens kan zich toeleggen op de laatste fase van zijn bestaan: uitsterven.

Einde van de vakantie

Ik herinner mij een vakantie op een camping, waar wij met een hechte, fijne groep waren. Begonnen als onbekenden leken er na twee weken eeuwige vriendschappen te zijn ontstaan. Maar toen de meesten een dag eerder vertrokken dan wij, bleven wij met een weeïg, eenzaam gevoel achter. Die laatste dag, het was allemaal zo leeg, zo betekenisloos, vooral de avond.
De volgende morgen reden wij zwijgend maar resoluut naar huis, voordat de camping, die zielloze plek, ons zou aankleven. Het is beter achter te laten, dan achtergelaten te worden.

De aanslag

Gisteren was ik met mijn vader naar zijn geboortegrond, een dorp in West-Friesland. Wij bezochten niet alleen de plaatsen waar eens de panden van het familiebedrijf stonden, maar ook vaders ouderlijk huis. Daar deed zich voor wat ik het mysterie van de literatuur noem: wij stapten vanuit de werkelijkheid de wereld van de boeken binnen. Want om het huis was de eigenaar bezig, die wij aanspraken, waarna hij ons binnen liet en ons rond leidde, precies zoals Mulisch beschreef in De aanslag. De literatuur die aan de werkelijkheid voorafgaat: hoger kan een schrijver niet reiken.